De fietsvergoeding vormt zeker een aanmoediging: het is financieel interessant want het is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en van belastingen. De voorwaarde is uiteraard wel dat de werkgever de fietsvergoeding enkel toekent per effectieve getrapte woon-werkkilometer. Daarnaast mag de werknemer zijn werkelijke beroepskosten niet bewijzen in de aangifte personenbelasting. Doet hij dat wel, dan wordt de fietsvergoeding belast.
We kennen ondertussen twee soorten fietsvergoedingen
1. De veralgemeende fietsvergoeding, ingevoerd sinds mei 2023 op initiatief van de sociale partners. Hierdoor hebben meer werknemers recht gekregen op deze fietsvergoeding. Meer bepaald zij die aan de slag zijn bij een werkgever/in een sector waar geen fietsvergoeding op basis van een cao werd toegekend. In 2024 bedroeg deze fietsvergoeding 28 eurocent per gefietste kilometer, voor maximaal 20 kilometer enkele afstand).
2. De reeds langer gekende zogenaamde “facultatieve” fietsvergoeding. Deze bedroeg in 2024 maximaal 35 eurocent per kilometer.
Voor beide soorten fietsvergoeding werd een maximumbedrag per jaar ingevoerd. Voor 2024 was dat 3.500 euro. Wat daarboven komt als fietsvergoeding wordt dan beschouwd als loon en bijgevolg onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen en belastingen.